Prof. dr. Louis Adolf Clarenburg (1928-2008) was een milieuwetenschapper, werkte vanaf 1967 bij het Openbaar Lichaam Rijnmond en was van 1989 tot 1993 bijzonder hoogleraar milieukunde aan de Universiteit Utrecht.- Louis (Loet) Clarenburg werd op 9 september 1928 geboren in Utrecht als zoon van de Utrechtse dierenarts en microbioloog Adolf Clarenburg. Door onder te duiken overleefde de Joodse familie de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogsjaren slaagde Clarenburg in 1947 voor het eindexamen van de HBS in Utrecht en ging vervolgens wis- en natuurkunde studeren aan de Universiteit Utrecht. De studie verliep voorspoedig en in februari 1951 behaalde hij zijn kandidaatsexamen. Voor zijn militaire diensttijd werd hij gestationeerd bij het Chemisch Laboratorium van de RVO-TNO in Rijswijk. In augustus 1954 studeerde hij als scheikundige af en trad in vaste dienst bij het Chemisch Laboratorium.
- Zijn werkzaamheden bij het Chemisch Laboratorium betroffen de verspreiding van gassen en aerosolen, het bemonsteren ervan en het afvangen in filters speciaal ontwikkeld voor aerosolen. Hij nam deel aan de toentertijd geheime veldproeven met chemische wapens in de Sahara die samen met Belgische en Franse onderzoekers en militairen in de jaren vijftig werden gehouden. In het artikel ‘Back to the fifties’ uit 2025 gaat Maarten Nieuwenhuizen hier uitgebreid op in (zie website www.etnos.nl).
- Clarenburg promoveerde op 9 mei 1960 aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift ‘A study on air pollution. Diffusion and sampling’ bij prof. dr. W. Bleeker. Hij ontwikkelde daarin een nieuwe theorie over de verspreiding van gas-en aerosolwolken in de atmosfeer. Daarbij gebruikte hij de metingen van de geheime proeven in de Sahara om zijn modellen te valideren. De theorie kon worden ingezet voor het meten van concentraties schadelijke stoffen in de lucht verspreid uit fabrieksschoorstenen. Het proefschrift gold als een standaardwerk voor verspreidingsmodellen.
- In 1966 verliet Clarenburg TNO en trad per 1 januari 1967 in dienst bij het Openbaar Lichaam Rijnmond. In het Rotterdamsch Parool van 12 november 1966 verscheen een interview met hem met daarin de uitspraak: ‘Ik zal niet zeggen dat het met de luchtverontreiniging wel meevalt, maar ik ben niet pessimistisch, dat is niet alleen mijn aard niet, maar ik ben ook werkelijk niet pessimistisch’. Hij werd aangesteld als directeur van de gevormde centrale meet- en regelkamer voor luchtverontreiniging in het grootste haven- en industriegebied van Nederland. Dat was het begin van de in 1972 opgerichte Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) gevestigd in Schiedam. Op de website van de DCMR staat over die beginjaren de video ‘De voorspelling van 1972’.
- Naast de meet- en regelkamer werd door de DCMR een automatisch meetnet voor verontreiniging van de lucht met zwaveldioxide (S02) opgericht. Het woord snuffelpaal deed haar intrede. Clarenburg werd de drijvende kracht achter het Rijnmondnetwerk. In 1970 kreeg hij hiervoor een statistiekprijs uitgereikt door de Vereniging van Statistiek (zie het Chemisch Weekblad van 19 juli 1970). Het meetnet werd later uitgebreid voor het meten van NOx, CO en ozon en zou deel gaan uitmaken van het landelijk meetnet van het RIVM (zie 'Er zij een meetnet', een publicatie van het RIVM door Ed Buijsman). Daarnaast waren er mobiele meetstations en werden er door de DCMR ook luchtmonsters genomen en geanalyseerd op meerdere schadelijke stoffen in een eigen laboratorium.

- In een lezing voor de Bossche Chemische Kring in 1971 begon Clarenburg met de volgende stelling: ‘Milieubeleid dient erop gericht te zijn milieuverontreinigingen tot nul te reduceren, maar gezien het belang van de bevolking als geheel en gegeven de huidige internationale verhoudingen kan milieuverontreiniging slechts gereduceerd worden tot een aanvaardbaar niveau’. Het was zijn taak om naar een evenwicht te zoeken. Hij kwam geregeld in het nieuws in de jaren zestig en zeventig (246 vermeldingen vanaf 1966 volgens KB/Delpher/Kranten). Hij kreeg complimenten en werd in 1978 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Maar hij botste uiteraard weleens met de milieubeweging zoals te lezen valt in een rapport van Harry Geerlings en Toby Witte ‘Onder de rook en stank van de vooruitgang; opkomst van milieubesef en milieuactivisme in Vlaardingen’ uit 2015. Vlaardingen werd in die periode wel betiteld als de stankstad van Nederland.
- Clarenburg groeide uit tot het milieugezicht van Rijnmond, werd adviseur in algemene dienst bij de Provincie Zuid-Holland en kreeg ook internationale erkenning als voorzitter van een unie van wetenschappelijke instellingen tegen luchtverontreiniging. In een artikel in NRC Handelsblad van 15 augustus 1987 keek hij terug op twintig jaar werken aan het verbeteren van het milieu in het Rijnmondgebied: ‘Ideaal zal het nooit worden. Maar ergens houdt het op, want dan worden de maatregelen zo kostbaar dat het irreëel wordt. Alle maatregelen hebben wel effect’. In 1989 nam hij afscheid van Rijnmond met een koninklijke onderscheiding.
- Clarenburg speelde een rol in de opkomst van de groene en duurzame chemie in Nederland. Zie hiervoor hoofdstuk 4 van het proefschrift van Arjan Linthorst uit 2023: Research between science, society and politics: the history and scientific development of green chemistry, Maastricht University. Hij werd in 1989 benoemd tot bijzonder hoogleraar Milieukunde, in het bijzonder de grensoverschrijdende milieuverontreiniging, bij de Faculteit Geowetenschappen, Departement Innovatie- en milieuwetenschappen van de Universiteit Utrecht. Op 8 maart 1990 hield hij de oratie ‘Een schakel der onafzienbare keten… Een beschouwing over samenhangen in de problematiek van de grensoverschrijdende milieuverontreinigingen’. In 1993 ging hij met emeritaat en hield op 5 november 1993 zijn afscheidsrede ‘Wet inzake de atmosfeer’. Zie de website Catalogus professorum van de Universiteit Utrecht.
- Publicaties van Clarenburg zijn opgenomen in WorldCat. Van zijn wetenschappelijke publicaties bij TNO, zijn proefschrift, zijn milieurapporten over bijvoorbeeld stankoverlast tot de redes aan de Universiteit Utrecht.
- Louis Clarenburg was in september 1957 getrouwd met de in Eindhoven geboren Henriette van Aller en het paar had kinderen. De laatste jaren woonde hij in Pijnacker. Hij overleed op 79-jarige leeftijd op 28 juli 2008.
_______________________________________________________________________________
Datum: 31-1-2026, aangepast 17-2-2026
